Leiden Language Blog

Haagse Talen

Haagse Talen Foto Ingrid Tieken-Boon van Ostade

“Haagse Talen” is mijn hobby-project, zoals LUCL grant officer Katja Lubina het laatst noemde toen ik erover vertelde bij consultancy bureau AEF in Utrecht. Dat klopt helemaal, maar het is intussen tot heel wat meer uitgegroeid. Tweeëneenhalf jaar geleden zijn we naar Den Haag verhuisd, en in de Stationsbuurt waar we wonen, pal naast de Schilderswijk, hoor je dagelijks een veelheid aan talen. Hoeveel talen worden er eigenlijk in Den Haag gesproken? vroeg ik me af. Niemand kon me dat vertellen.

Inmiddels ben ik het boek Meertaligheid in Den Haag uit 2001 tegengekomen, van Guus Extra et al. Op basis van een inventarisatie onder scholieren van zogenoemde “thuistalen”, kwam het boek tot 88 talen, samen met het Nederlands dus 89. Intussen zijn het er vast meer. Dat weet ik omdat ik een Ngiemboon-spreker heb geïnterviewd, iemand uit Kameroen die bij mij op Tai Chi zit. Zo zijn er vast veel meer Haagse talen die nog niet geïnventariseerd zijn.

Dat interview is gepubliceerd in de weekkrant Den Haag Centraal, waar ik sinds februari 2016 een vaste, vierwekelijkse rubriek heb, “De Taal van Den Haag”. Inmiddels heb ik over zestien talen geschreven, waaronder ook het Nederlands, het Engels, en het Haags – niet een taal natuurlijk, maar wel ontzettend interessant. Mijn informant, Ad van Gaalen, had er ooit zijn scriptie over geschreven, bij Cor van Bree. Daar is een boekje van gemaakt, Kèk mè nâh: plat en bekakt Haags, dat nog steeds ontzettend populair is. De stukjes die ik schrijf mogen na een week op mijn eigen website worden gezet; daarvoor heb ik de Facebookpagina Haagse Talen ingericht.

Voor het zoeken naar informanten ga ik uit van mijn eigen network, bij Tai Chi bijvoorbeeld, waar veel expats op zitten. Maar ook heb ik mijn kapster geïnterviewd, een Russische, en mijn podotherapeut, afkomstig uit Curaçao. En zelfs de Haagse wethouder Rabin Baldewsingh, spreker van het Sarnámi, die in een ver verleden Engels in Leiden heeft gestudeerd. En soms spreek ik mensen gewoon aan, zoals de choreograaf Jiří Kylián, die uit Tsjechië komt (het interview met hem vormde een hoogtepunt in mijn ooit gedroomde balletcarrière!). Meestal willen mensen wel meewerken, maar niet altijd. Ik had ook graag de Koerdische aardappelverkoper op de Haagse markt willen interviewen, maar op het laatst wilde hij toch maar liever niet.

Den Haag Centraal stelde één voorwaarde aan de rubriek: het moest wel over Den Haag gaan. Voor mij geldt minimaal dat de informanten in Den Haag wonen, en verder is het zo moeilijk niet om er een Haagse invalshoek aan te geven. Mijn 94-jarige informant voor het Maleis, bijvoorbeeld, was na de oorlog op de overbruggings-HBS in Den Haag terecht gekomen, om zo snel mogelijk een middelbare-schooldiploma te kunnen halen. Zelf vind ik het vooral leuk om met mensen uit allerlei beroepen en sectoren te praten. Zo leer ik bovendien de stad beter kennen. En al die talen bieden mij een fantastische gelegenheid om een inkijkje te krijgen in allerlei culturen waar ik anders geen toegang toe heb, en verder om voor de verandering te kunnen werken met levende informanten, in plaats van mensen die (zoals Jane Austen) al tweehonderd jaar dood zijn.

Voor de universiteit en voor LUCL is dit ook een interessant project, want de meeste talen waar ik over schrijf, kun je in Leiden studeren. Als PR-mogelijkheid moet dit idee alleen nog even goed gestalte krijgen. Ik wacht op een uitnodiging om er over te gaan praten.

Add a Comment

Name (required)

E-mail (required)

Your own avatar? Go to www.gravatar.com

Remember me
Notify me by e-mail about comments